stelselwijziging bouwregelgeving

Stelselwijziging bouwregelgeving

Inleiding

Reeds sinds 1997 wordt gesproken over het onderwerp versterking van de private kwaliteitsborging. De commissie Fundamentele Verkenning Bouw heeft, onder voorzitterschap van oud-minister Dekker in de periode 2007 - 2008, onderzoek gedaan naar de rol van wet- en regelgeving in het bouwproces en geprobeerd een boost te geven aan de discussie. De begrippen “vertrouwen” en “verantwoordelijkheid” staan centraal in de analyse van de Commissie. Vanuit het principe “Publiek wat moet, privaat wat kan” heeft de Commissie een aantal aanbevelingen gedaan aan de overheid en het bouwbedrijfsleven. Eén van deze aanbevelingen heeft betrekking op de toets vooraf aan de eisen uit het Bouwbesluit.

In diezelfde periode heeft de stichting ERB tezamen met specialisten in de bouw een tweetal brochures gepubliceerd met een analyse van de bouwkolom en de bouwregelgeving. Die brochures geven de richting aan waarin de ontwikkelingen zouden moeten gaan om de bouw tot een “volwassen” bedrijfstak te maken die zich ook kwalitatief kan meten aan andere bedrijfstakken.

De brochures kregen hun vervolg in het rapport “Verder na Dekker – innovatie van de bouwregelgeving”. Dit rapport is op 15 december 2011 aan de Tweede Kamer aangeboden.
De Vaste Commissie voor Wonen en Rijksdienst heeft belangrijke elementen daaruit via Kamermoties omarmd.
In november 2013 is een deel verder uitgewerkt in het voorstel voor Erkende Technische Oplossingen (ETO®)1. Dat deel werd op 7 februari 2014 aan de Tweede kamer aangeboden. In tegenstelling tot de Tweede Kamer reageerde de minister terughoudend op de optie om deze technische oplossingen te erkennen.

1 het rapport “Erkende technische oplossingen: deemed to satify / tot nut en genoegen van de gebruiker -quick scan van de ontwikkeling van erkende technische oplossingen die voldoen aan het Bouwbesluit 2012, voor 80% van de praktijksituaties

Op 15 juni heeft de minister een Consultatiewet “versterking private kwaliteitsborging” in procedure gebracht die niet spoort met de in de moties neergelegde opvattingen van de Tweede Kamer en evenmin met de ERB c.s. voorstellen.

De coalitiepartners hebben aangedrongen op een rechtstreeks overleg tussen de minister en ERB-RIGO. Dat overleg heeft op 3 september 2014 plaatsgevonden waarbij ook aanwezig waren de woordvoerders van de coalitiefracties, het bestuur van VBWTN, ambtelijk BZK en de kwartiermakers. De minister stelde in dat overleg dat het wetsvoorstel voorziet in de inpassing van het ETO®-concept. Dat werd door de ambtenaren en de kwartiermakers bevestigd, alleen kon niet gezegd worden waar daar in de Consultatiewet aan gerefereerd werd en hoe aan de erkenning vorm gegeven kon worden. VBWTN verklaarde voorstander te zijn van het ETO®-voorstel omdat dit gegarandeerde kwaliteit oplevert die minimaal voldoet aan de publiekrechtelijke eisen.

In het Kamerdebat van 9 september 2014 heeft de minister nogmaals bevestigd dat het wetsvoorstel voorziet in inpassing van de ETO® en dat de minister een voorstander is van deze oplossing.

Op het Consultatiewetsvoorstel hebben ERB en RIGO uitgebreid gereageerd door middel van een niet door BZK op haar consultatiewebsite kenbaar gemaakte reactie. Via de eigen website en die van Omgevingsweb hebben derden ervan kennis kunnen nemen. Dat heeft de nodige adhesiebetuigingen opgeleverd.

Wat is een ETO®?

Het is een systeem dat per product eenduidig beschrijft hoe je van de producteigenschappen (met CE-markering) via heldere verwerkingsvoorschriften, daaronder mede begrepen randvoorwaarden aan omringende bouwdelen, komt tot prestaties van een (onderdeel van een) bouwwerk. Daarbij wordt beschreven welke handelingen en details kritisch zijn en daarom moeten worden gedocumenteerd in het overdrachtsdossier. Dit opdat opdrachtgever en bevoegd gezag eenvoudig kunnen nagaan of conform ETO® de producten zijn verwerkt tot een bouwdeel dan wel tot een bouwwerk en daardoor de prestaties aanwezig zijn.
Een ETO® is dus geen kwaliteitsverklaring, ook geen attest en al evenmin een papieren beoordeling van een plan. Dat zijn hardnekkige misvattingen.
Om te beoordelen of het (ETO®-) bouwdeel dan wel bouwwerk aan het contract voldoet is dan ook geen kwaliteitsborger nodig. Dat wil er bij ambtelijk BZK en de kwartiermakers maar moeilijk in. De ETO® systematiek berust op het uitgangspunt dat een bouwactiviteit die vele malen met succes is toepast, slechts éénmaal in een ETO® goed gedocumenteerd behoeft te worden om als zodanig ook aanvaard te worden. 80% van bouwactiviteiten zijn eenvoudig. Daarvoor zijn de ETO's® uitstekend geschikt. Een kwaliteitsborger is in dit segment een kostbare ballast. Overigens laten berekeningen van het SEO zien dat macro gezien op jaarbasis ca. € 1 miljard bespaard kan worden.

In de reactie op het Consultatiewetsvoorstel schreven ERB en Rigo:

“De producent stelt de (E)TO® met zijn adviseurs op en deze gaat over het product in zijn toepassing met:

  • a. een complete specificatie van de toegepaste producten in de terminologie van de CPR en aanvullende private eisen,
  • b. een complete beschrijving van de inbouw van die producten in een (deel van) het bouwwerk,
  • c. een duiding van de kritieke elementen van de bouwfase die moeten worden vastgelegd in het overdrachtsdocument,
  • d. een beschrijving van het onderhoud tijdens de gebruiksfase, en
  • e. een complete beschrijving van de prestaties van (het deel van) het bouwwerk dat met de ETO® wordt gerealiseerd in de terminologie van het Bouwbesluit 2012 en het overeengekomen private contract.”

De prestaties bevatten geen open einden van nog te maken berekeningen of uit te voeren metingen.

Doordat de ETO® een zware “screening” ondergaat door een Kennisautoriteit is gegarandeerd dat er altijd sprake is van 100% conformiteit met de voor het vigerende bouwwerk geldende regelgeving.

Wat is nu eigenlijk de doelstelling van de stelselwijziging2?

  1. Versterken van de positie van de opdrachtgever/eindgebruiker
  2. Realisatie door de vergunninghouder van gegarandeerde kwaliteit bij ingebruikname
  3. Vermindering van de bouwkosten als gevolg van vermijden van onnodige faalkosten

2 Zie ook de toelichting bij het Consultatiewetsvoorstel

De ETO® is voor de 80% eenvoudige oplossingen prima geschikt om aan die doelstelling te voldoen. 20% van het bouwen zal op een andere wijze worden gerealiseerd. De ETO® is dus niet de enige oplossing om te komen tot gegarandeerde kwaliteit van een bouwwerk.

Het bevoegd gezag (dat kan ook een RUD zijn) kan aan de hand van een overdrachtsdossier gebaseerd op een ETO® of een reeks ETO®’s eenvoudig vaststellen of “as built” aan de regelgeving is voldaan. Een opdrachtgever/eindgebruiker kan dat evenzo in relatie tot zijn contract, al zal hij daarvoor dan mogelijk wel enige bouwkundige ondersteuning nodig hebben. Die is niet nodig tijdens het bouwen, maar ter eindcontrole. Dat is vele malen goedkoper dan permanent een kwaliteitsborging in te huren.

Voor de consument is voorts van groot belang dat er een bevoegd gezag is en blijft waar hij of zij in de frontoffice kan binnenlopen en in lekentaal uitgelegd krijgt wat hij moet/kan doen om zijn bouwinitiatief gerealiseerd te krijgen.
In het Consultatiewetsvoorstel is die faciliteit er niet meer en moet iedere burger meteen naar een dure adviseur.

Wilt u meer weten?

In de vorm van pilots zijn voor een aantal producten ETO®’s in voorbereiding.
Tal van voorlichtingssessies zijn reeds gehouden. Telkens worden de voorstellen met heel veel enthousiasme ontvangen:
Enkele voorbeelden van presentaties die zijn verzorgd zijn:

Wat nog meer?

Is de bouwwereld in staat BTO’s (beproefde technische oplossing die voor erkenning worden voorgedragen) op te stellen die kunnen worden erkend. Onze ervaringen wijzen uit dat aan scholing en onderwijs nog heel veel moet gebeuren.

Is het Bouwbesluit 2012 goed te interpreteren? Is het correct geformuleerd? Ook daar zijn genoeg voorbeelden van bekend dat ook daar een verbeterslag zou moeten plaatsvinden om de beoogde doelstellingen te kunnen realiseren.

Om te illustreren dat het correct toepassen van het Bouwbesluit 2012 geen sinecure is, zijn door ERB de nodige artikelen gepubliceerd.

Het eindbeeld dat ERB-RIGO c.s. voor ogen staat ziet er als volgt uit (klik om te vergroten):



regelgeving-small



Hieronder kunt u de samenvattingen van het ETO-rapport en het rapport Verder na Dekker downloaden:

Eto-rapport ERB ERB_verder-naar-dekker_120x170
ETO-rapport Rapport Verder na Dekker

Home

NIET ingelogd, Inloggen | Registreren | English